Nieuws

Mobiliteitsbudget: ben je klaar voor 2027?

In België hebben 630.000 werknemers een bedrijfswagen. Tegelijkertijd maken 23.000 werknemers gebruik van het mobiliteitsbudget in 2025, een stijgend cijfer. De reden? Het biedt unieke voordelen voor zowel de medewerker als het bedrijf.

Decennialang stond de bedrijfswagen centraal in de verloning van talrijke werknemers. De historische groei is trouwens spectaculair: er waren slechts 271.949 bedrijfswagens in 2007 tegenover 630.000 vandaag. Hun aantal is dus meer dan verdubbeld.

Maar tussen 2024 en 2025 is hun aantal slechts met 0,2% gestegen, terwijl de gemiddelde jaarlijkse groei ongeveer 5% bedroeg tijdens de voorgaande 17 jaar.

Tegelijkertijd groeit het mobiliteitsbudget snel. In 2025 maakten 22.618 werknemers er gebruik van bij 1.965 werkgevers, tegenover 18.516 in 2024.

Het mobiliteitsbudget, waar hebben we het over?

Het mobiliteitsbudget werd in 2019 ingevoerd en werd ontwikkeld als alternatief voor de bedrijfswagen. Concreet stelt het een werknemer die over een bedrijfswagen beschikt – of er recht op heeft – in staat om deze in te ruilen voor een jaarlijks budget dat hij flexibeler kan gebruiken.

Het bedrag van dit budget komt in wezen overeen met de totale kosten van de bedrijfswagen voor de werkgever. De werknemer kan dit bedrag vervolgens verdelen over drie grote “pijlers”:

  • Pijler 1 – Een emissievrije bedrijfswagen. Sinds 1 januari 2026 moet een nieuwe auto die in deze pijler wordt gekozen zonder CO₂-uitstoot zijn, dus elektrisch.
  • Pijler 2 – Duurzame mobiliteit. Het budget kan worden gebruikt om de trein, metro, tram, bus, een fiets, bepaalde gedeelde voertuigen, enz. te financieren. Onder bepaalde voorwaarden kan het ook de huur of de aflossing van een hypothecaire lening dekken wanneer de werknemer op minder dan 10 km van zijn werkplek woont. Deze uitgaven zijn vrijgesteld van belastingen en gewone sociale bijdragen.
  • Pijler 3 – Het saldo in cash. Als een deel van het budget niet is uitgegeven, kan het saldo aan het einde van het jaar aan de werknemer worden uitbetaald. Het wordt dan onderworpen aan een speciale bijdrage van 38,07%, maar niet aan de inkomstenbelasting.

Het belang van het systeem is dus eenvoudig: in plaats van automatisch het volledige salarisvoordeel aan een bedrijfswagen te besteden, kan de medewerker een oplossing samenstellen die beter aansluit bij zijn persoonlijke situatie.

Het mobiliteitsbudget betekent dus niet het einde van de bedrijfswagen. Het introduceert vooral meer vrijheid en flexibiliteit in de manier waarop elke medewerker zijn verplaatsingen organiseert.

Hoe bereken je het mobiliteitsbudget?

Het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de totale bezitskost (TCO) van het bedrijfsvoertuig, bestaande uit:

  • De leasing
  • De onderhoudskosten
  • De verzekering
  • De brandstof
  • Alle andere kosten verbonden aan het voertuig

De toepasselijke plafonds

  • Maximale limiet: 20% van het bruto jaarloon
  • Absoluut maximumbedrag: € 17.245 (bedrag onderworpen aan indexering)
  • Minimumbedrag: € 3.233

Een verplichting voor iedereen?

In de komende maanden zal het mobiliteitsbudget centraal staan in de HR-discussies. De reden? De federale regering is van plan om het aanbieden van een mobiliteitsbudget aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen geleidelijk verplicht te maken.

Als de voorgenomen planning wordt bevestigd, zal het in 2027 verplicht zijn voor bedrijven met 50 of meer werknemers en in 2028 voor bedrijven met 15 tot 49 werknemers. Voor bedrijven met minder dan 15 personen is momenteel geen verplichting voorzien.

Er is echter een belangrijk aandachtspunt: om door deze verplichting te worden getroffen, moet het bedrijf gedurende meer dan 36 maanden voordien één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking hebben gesteld van zijn werknemers. Dus als je nooit een bedrijfswagen hebt aangeboden, hoef je geen mobiliteitsbudget in te voeren.

Concreet zal het bedrijf een mobiliteitsalternatief moeten voorstellen, maar de medewerker die recht heeft op een bedrijfswagen zal deze niet verplicht moeten opgeven. Hij kan een autooplossing behouden of ervoor kiezen om zijn budget aan andere vormen van mobiliteit te besteden: emissievrij voertuig, openbaar vervoer, fiets, gedeelde mobiliteit of bepaalde huisvestingskosten.

Met andere woorden, de bedrijfswagen verdwijnt niet, de keuze wordt uitgebreid.

Voor bedrijven is de uitdaging de volgende: men moet in staat zijn om het overeenkomstige budget te berekenen, de voorgestelde oplossingen te bepalen, zijn car policy aan te passen en vooral de verschillende mogelijkheden duidelijk aan de medewerkers uit te leggen.

En 2027 moet nu al worden voorbereid. Voor de betrokken bedrijven is het moment dus aangebroken om over deze transitie na te denken.

7 dingen om te doen voor 2027

2027 lijkt misschien nog ver weg. Toch verdient het mobiliteitsbudget om nu al te worden voorbereid, omdat het zowel het autobeleid, de payroll, de extralegale voordelen als de verplaatsingsgewoonten van de medewerkers raakt.

Hier zijn 7 punten om rekening mee te houden:

1. Maak een inventaris van je huidige situatie

Eerste stap: precies weten waar je vertrekt. Hoeveel medewerkers beschikken vandaag over een bedrijfswagen? Hoeveel hebben er recht op zonder er noodzakelijk een te gebruiken? Welke functiecategorieën zijn betrokken? Welke leasingcontracten lopen momenteel en wanneer lopen ze af?

Deze eerste stand van zaken zal het mogelijk maken om onmiddellijk de omvang van de uitdaging te meten. En om je bij deze eerste stap te begeleiden, kan voor bedrijven van een zekere omvang de aanwijzing van een Mobility Manager een echte troef worden.

2. Bereken de werkelijke kost van je wagens

Het mobiliteitsbudget is gebaseerd op de totale kost van de auto voor de werkgever, de beroemde TCO (Total Cost of Ownership). Je moet dus niet alleen naar het leasingbedrag kijken, maar ook de verschillende kosten verbonden aan het voertuig integreren.

Het bedrijf kan het budget bepalen op basis van de individuele auto of, onder bepaalde voorwaarden, van een referentieauto die overeenkomt met een functiecategorie. De gekozen methode moet vervolgens op een coherente manier worden toegepast.

3. Ondervraag je medewerkers

Dit is waarschijnlijk de belangrijkste en meest vergeten stap. Voordat je je aanbod opbouwt, vraag je medewerkers hoe ze zich werkelijk verplaatsen. Wonen ze dicht bij hun werkplek? Gebruiken ze al de trein of de fiets? Telewerken ze meerdere dagen per week? Hebben ze absoluut een auto nodig voor hun functie?

Enkele eenvoudige vragen zullen het mogelijk maken om een aanbod op te bouwen dat veel beter is aangepast aan de werkelijke behoeften van het bedrijf.

4. Beslis wat je wilt aanbieden

Het mobiliteitsbudget biedt tal van mogelijkheden, maar het bedrijf behoudt een manoeuvreerruimte in de opbouw van zijn aanbod. Het kan met name bepalen welke mobiliteitsoplossingen het bij voorkeur ter beschikking wil stellen van zijn medewerkers, met inachtneming van de toepasselijke regels. Het moet echter minstens één mogelijkheid voorstellen die behoort tot de duurzame vervoerswijzen van pijler 2 die eerder werd vermeld.

Trein, metro, fiets, gedeelde auto, elektrische auto, huisvestingskosten… Het is niet nodig om onmiddellijk alles te willen aanbieden. Een duidelijk, eenvoudig en gemakkelijk beheerbaar aanbod is beter dan een catalogus die onmogelijk te beheren is.

5. Controleer of je HR-tools en je payroll volgen

Het mobiliteitsbudget genereert nieuwe administratieve processen: berekening van het budget, terugbetaling van uitgaven, opvolging van de verschillende pijlers, beheer van het saldo en de verwerking van de eventuele uitbetaling in cash.

De medewerker moet bovendien te allen tijde het beschikbare bedrag van zijn mobiliteitsbudget kunnen kennen.

Het is dus nuttig om nu al met je sociaal secretariaat, je payroll-leverancier of je HR-platform te controleren of je tools het systeem correct zullen kunnen beheren.

6. Test voordat je generaliseert

Net als bij een theatervoorstelling, aarzel je best niet om een generale repetitie te houden. Waarom niet beginnen met een pilootgroep van vrijwillige medewerkers?

Dit maakt het mogelijk om de procedures te testen, de administratieve moeilijkheden te identificeren en vooral te begrijpen welke oplossingen werkelijk worden gebruikt. Je kunt vervolgens je beleid aanpassen voordat je het op grotere schaal uitrolt.

7. Communiceer

Het mobiliteitsbudget kan snel complex lijken. Om het te laten werken, moeten de medewerkers zeer concreet begrijpen wat ze kunnen winnen en wat hun mogelijkheden zijn.

Toon voorbeelden. Vergelijk verschillende situaties. Leg uit wat een jaarlijks budget van 8.000, 10.000 of 12.000 euro mogelijk maakt te financieren. Het is trouwens essentieel dat het bedrijf aan de werknemers de gebruiksmogelijkheden meedeelt die het opent in het kader van het mobiliteitsbudget.

En het beste aanbod zal niet noodzakelijk datgene zijn dat de meeste mogelijkheden biedt. Het zal degene zijn die de medewerkers begrijpen en die ze gemakkelijk kunnen gebruiken.