
De aanbevelingen zijn van toepassing op iedereen. Ook bedrijven worden uitgenodigd om plannen op te stellen om verspilling tegen te gaan.
De juiste aanpak is om jezelf af te vragen wat er collectief of individueel kan worden gedaan om het verbruik van hulpbronnen te verlagen (het “beste” afval is dat wat niet bestaat), bepaalde niet-hernieuwbare hulpbronnen door anderen te vervangen, en bepaalde materialen of hun afval te hergebruiken en recyclen.
Een concrete, onmisbare en betaalbare aanpak die ons bovendien duizenden euro’s kan besparen.
In de afgelopen weken hebben veel nieuwsartikelen melding gemaakt van de “golf van zonnepanelen” onder Belgen en Belgische bedrijven. En dat is niet voor niets, de elektriciteitsprijzen zijn in een jaar tijd met 80 tot 85 % gestegen, zowel voor vaste als voor variabele contracten. Sommige bedrijven hebben soms hun energiefacturen in de afgelopen 12 maanden zien verdubbelen of verdrievoudigen, wat gevolgen heeft voor de winstgevendheid en soms zelfs voor het voortbestaan van de activiteit.
Om deze situatie het hoofd te bieden, is er geen wonderoplossing, maar er zijn wel interessante mogelijkheden. De eerste is om de geconsumeerde hulpbronnen te vervangen door hernieuwbare energie, dat wil zeggen energie die wordt geproduceerd uit onbeperkte beschikbare bronnen (zon, wind, waterkracht).
De beslissing om over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen heeft werkelijk veel voordelen voor bedrijven. Hier zijn er acht voor zonne-energie:
“De kwestie van de energie-afhankelijkheid staat centraal bij bedrijven vanwege de gespannen internationale context. De keuze voor hernieuwbare energie betekent ook kiezen voor een zekere onafhankelijkheid. Eén enkel paneel genereert jaarlijks genoeg energie om een auto 2.000 km te laten rijden. Stel je de besparingen voor van een bedrijf waarvan het wagenpark elektrisch of hybride is,” legt Grégoire de Pierpont, CEO van Enerdeal (een bedrijf dat gespecialiseerd is in zonnepanelen voor bedrijven), uit.
Een ander aspect om in overweging te nemen vanuit een milieuperspectief is de vermindering van het verbruik. Ook dit is goed voor de planeet en voor de portemonnee. Deze vermindering kan voor verschillende posten worden overwogen.
De eerste is verlichting. Gebruik bijvoorbeeld LED-lampen, rust het gebouw uit met een bewegingsdetectiesysteem zodat bepaalde ruimtes alleen worden verlicht als ze bezet zijn en sensibiliseer je medewerkers zodat ze al deze goede gewoonten aannemen.
De tweede is water. Geef de voorkeur aan kraanwater, dat in glazen of mokken geserveerd wordt en niet in plastic bekers. Inrichten met toiletten met een dubbele spoelknop is ook een goede praktijk.
De derde betreft verplaatsingen. Het bedrijf kan bijvoorbeeld blijven telewerken bevorderen, carpooling aanmoedigen, abonnementen voor het openbaar vervoer aanbieden, financiële stimulansen geven voor micro-mobiliteit (stepjes, fietsen…) of elektrische of hybride bedrijfsauto’s beschikbaar stellen voor zijn medewerkers.
De vierde post betreft papierverbruik. Ook vandaag de dag gooien we nog ongebruikte vellen weg of omdat ze gevouwen zijn. En soms printen we zelfs onze e-mails uit.
Laten we tenslotte het onderwerp digitale vervuiling aansteken. Wist je dat een werknemer die voor een computer werkt elke dag het elektriciteitsverbruik heeft van 80 lampen? Een beleid kan dus worden opgezet om deze digitale vervuiling te vermijden.
Laten we enkele al eerder gedeelde tips op onze blog herinneren:
Volgends Energuide, als elke Belg één minder van dit soort berichten zou verzenden, zou dat 2.825 ton CO2 besparen en gelijkstaan aan het verwijderen van 573 dieselauto’s van de weg.
Meer tips vind je hier.
Er is niet veel voor nodig om in je bedrijf mogelijkheden te creëren om te recyclen en te hergebruiken.
De eerste stap is het opzetten van een sorteersysteem waarmee objecten voor recycling kunnen worden verzameld. Over het algemeen betreft recycling papier, karton, plastic en elektrische apparatuur. Maar wist je dat je ook sigarettenpeuken kunt recyclen of niet gebruikte wateren kunt hergebruiken? En voor bedrijven met een kantine is het ook mogelijk om voedsel dat wordt weggegooid of bedorven is te recyclen, onder andere door het plaatsen van een sociale koelkast (koelkasten die door heel België worden geïnstalleerd waar je voedsel kunt achterlaten en waar mensen in nood zichzelf kunnen bedienen).
Een andere goede reflex is om gerecycleerde en/of recycleerbare producten te kopen.
Maar we kunnen ook verder gaan. Sommige bedrijven bevorderen bijvoorbeeld de uitwisseling tussen medewerkers van objecten die ze niet meer gebruiken en die nuttig kunnen zijn voor anderen. Dit kan via het intranet of via een speciaal daarvoor ontworpen platform. Veerle van de boekhouding doet haar elektrische fiets weg. Nicolas verhuist en verkoopt veel spullen. En dat komt goed uit, want Yacine verhuist met zijn vriendin en zoekt spullen die hij goedkoop kan kopen.
Leven zonder te verontreinigen is onmogelijk. Elke menselijke en ondernemingsactiviteit heeft een “kosten” voor het milieu. Naast deze strategie van de 4 R’s waar we het net over hadden, moeten we ook deel uitmaken van de oplossing.
Hoe? Door onze individuele gedragingen iets aan te passen. Deze gebaren kennen we meestal wel, maar laten we ons verbinden om ze geleidelijk aan te omarmen zodat deze veranderingen blijvend zijn. Vergeet onze 12 persoonlijke tips om “ecologisch verantwoord te telewerken” niet.
En waarom niet deelnemen of bepaalde verenigingen of programma’s ondersteunen die de vervuiling die wij uitstoten, compenseren? Een vaak voorgestelde oplossing is het planten van bomen. Het wordt geschat dat een Europeaan jaarlijks tussen de 10,6 en 12,8 ton CO2 uitstoot (bron: de federale site klimaat.be/klimaat.be). Wetende dat een boom jaarlijks 35 kg CO2 opslaat (hoge schatting), zou je 350 bomen moeten planten om onze jaarlijkse individuele vervuiling te compenseren.
Met andere woorden, elke dag stoten we individueel ongeveer evenveel CO2 uit als wat een boom in een jaar opslaat. Verschillende privé-partners kunnen degenen die dat wensen bij deze aanpak ondersteunen.
Het ideale zou zijn om de 4 R’s en deze aanpak te combineren, zodat we echte “consumptie-actoren” worden.


